ProlexLeesnAPP Oefeningen voor thuis en op school

Documentatie

Oefeningen

Leer hoe leerlingen oefeningen kiezen en maken in de spelomgeving.

Stap 1

Kies een categorie

De leerling begint door een type oefening te kiezen.

Het scherm waarop de leerling een oefencategorie kiest

Begrijpend Lezen

Oefeningen waarin de leerling een tekst leest en daar vragen over beantwoordt. Vragen worden per genre gecategoriseerd, zoals samenvatten, voorspellen of oorzaak en gevolg. De leerling krijgt stapsgewijze begeleiding bij het beantwoorden.

Klokkijken

Oefeningen waarin de leerling leert hoe laat het is. Er worden analoge en digitale klokken getoond, en de leerling kiest het juiste antwoord uit meerdere opties.

Rekenen

Rekenopgaven waarbij de leerling het juiste antwoord kiest. Beschikbaar in verschillende moeilijkheidsgraden met optioneel splitsen (splitsmodus).

Spelling

Spellingoefeningen waarbij de leerling woorden correct leert schrijven. De leerling typt het woord zelf in of kiest de juiste spelling uit meerdere opties. Woorden zijn ingedeeld in vier categorieën: klankwoorden, regelwoorden, weetwoorden en werkwoordspelling.

Flitsen

Korte oefeningen waarin de leerling informatie snel herkent en onthoudt.

Stap 2

Kies een oefening

Binnen een categorie kan de leerling een onderwerp openen en uit de beschikbare oefeningen kiezen.

Beschikbare rekenoefeningen met kleurrijke kaarten en oefenknoppen

Elke beschikbare oefening staat op een eigen kaart met een titel en een knop om te starten. De getoonde onderwerpen en moeilijkheid verschillen per categorie.

Stap 3

Start de oefening

Klik op Oefenen op de gekozen kaart om te beginnen.

De oefening opent met vragen die passen bij het gekozen onderwerp. Na afloop ziet de leerling het resultaat.

Een oefening maken

Tijdens het maken van een oefening ziet de leerling een speciaal oefenscherm dat per categorie verschilt.

Begrijpend lezen

Bij begrijpend lezen ziet de leerling de tekst links en de vragen rechts (op grotere schermen). Het beantwoorden van een vraag gaat in drie fasen:

Fase Wat gebeurt er
1. Genre herkennen De leerling bepaalt welk type vraag het is (bijvoorbeeld samenvatten, voorspellen, oorzaak en gevolg). Elk genre heeft een eigen kleur en beschrijving.
2. Stappenplan Na het kiezen van het genre krijgt de leerling een stappenplan te zien dat helpt bij het beantwoorden van de vraag. Dit zijn genrespecifieke stappen.
3. Antwoord kiezen Tot slot kiest de leerling uit meerdere antwoordopties. Bij een goed antwoord verschijnt een groene bevestiging met uitleg. Bij een fout antwoord kan de leerling het opnieuw proberen.

Rekenen

Bij rekenen ziet de leerling een som (bijvoorbeeld 12 + 8 = ?) en kiest het juiste antwoord uit meerdere opties. In de splitsmodus wordt een getal visueel opgesplitst in twee delen. Er kan optioneel een timer worden ingeschakeld.

Klokkijken

Bij klokkijken wordt een analoge of digitale klok getoond. De leerling kiest de juiste tijd uit meerdere opties. Net als bij rekenen kan er een timer worden ingeschakeld.

Spelling

Bij spelling ziet de leerling een woord dat correct geschreven moet worden. Afhankelijk van het vraagtype typt de leerling het woord zelf in (invullen) of kiest de juiste spelling uit meerdere opties (meerkeuze).

Onderdeel Wat gebeurt er
Woord tonen De leerling ziet een contextzin met een ontbrekend woord, of een directe woordprompt. Bij meerkeuze worden 2 tot 4 antwoordopties getoond.
Antwoord geven Bij invullen typt de leerling het woord en drukt op Enter. Bij meerkeuze kiest de leerling de juiste optie. Een goed antwoord bij de eerste poging levert de meeste punten op.
Feedback Na elk antwoord verschijnt een groen of rood feedbackscherm. Bij een fout antwoord mag de leerling het opnieuw proberen. De uitleg toont waarom het woord zo gespeld wordt.
Volgend woord Na de feedback gaat de leerling automatisch verder met het volgende woord totdat alle woorden zijn behandeld.

Spelling kent vier inhoudelijke categorieën, elk met een eigen kleur in de oefening:

Categorie Omschrijving
Klankwoorden Woorden die klinken zoals ze geschreven worden, bijvoorbeeld kat, boom en fiets. Geschikt voor groep 3–4.
Regelwoorden Woorden waarvoor een spellingregel nodig is, zoals verdubbeling (bakken), meervoud (tafels) of ei/ij-keuze. Geschikt voor groep 4–7.
Weetwoorden Woorden die niet uit regels af te leiden zijn en onthouden moeten worden, zoals natuurlijk, eigenlijk en vandaag. Van groep 3 tot en met 8.
Werkwoordspelling Werkwoorden vervoegen met regels als 't kofschip, de dt-regel en het voltooid deelwoord. Geschikt voor groep 5–8.

Power-ups tijdens oefeningen

Tijdens het maken van een oefening kan de leerling power-ups gebruiken als die zijn geactiveerd. Power-ups worden bovenaan het scherm getoond naast de voortgangsindicator.

Power-up Werking
Hint tonen Toont een extra hint die helpt bij het beantwoorden van de vraag.
50/50 Verwijdert twee foute antwoordopties, zodat de keuze makkelijker wordt.

Resultaatscherm

Na het afronden van een oefening krijgt de leerling een feestelijk resultaatscherm te zien met:

  • Een score-indicator met het percentage goede antwoorden.
  • Tot drie sterren op basis van de nauwkeurigheid (1 ster bij < 60%, 2 sterren bij 60-79%, 3 sterren bij 80% of meer).
  • Het aantal verdiende punten.
  • Een overzicht van het aantal goede en foute antwoorden.
  • Knoppen om dezelfde oefening opnieuw te doen, een andere oefening te kiezen, of terug te gaan naar het dashboard.